Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 4 november 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt de minister opgedragen binnen zestien weken na dagtekening van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel'.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.