Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist op zijn asielaanvraag van 27 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Hierbij verwijst zij naar het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wat inhoudt dat de minister binnen zestien weken na het bekendmaken van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Om naleving van deze termijn af te dwingen, legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister te laat is, met een maximum van €15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.