ECLI:NL:RBDHA:2025:18208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische eiser wegens onvoldoende geloofwaardigheid en niet ernstige discriminatie
Eiser, een Koerdische Turkse nationaliteit, vroeg op 4 juni 2022 asiel aan. De minister wees de aanvraag op 23 mei 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig werd geacht. Eiser voerde aan dat hij strafrechtelijk werd vervolgd wegens een video op social media en vanwege zijn activiteiten voor de HDP, en dat hij discriminatie ondervond.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht afging op het deskundigenonderzoek van Bureau Documenten, dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid concludeerde dat de overgelegde documenten niet bevoegd zijn opgemaakt. Eiser betwistte dit niet met een contra-expertise. Ook hoefde de minister de onderzoeksmethoden niet te delen vanwege zwaarwegende onderzoeksbelangen.
De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de video niet kon bewaren en dat zijn verklaringen over zijn strafzaak inconsistent waren. Hoewel het lidmaatschap van de HDP geloofwaardig werd geacht, waren de activiteiten niet aannemelijk gemaakt. De discriminatie was niet zo ernstig dat eiser sociaal of maatschappelijk niet kon functioneren, mede omdat hij en zijn gezin werk hadden en toegang tot voorzieningen.
De aanvraag werd terecht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.