ECLI:NL:RVS:2022:1764
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing Nederlanderschap wegens twijfel identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af vanwege onzekerheid over haar identiteit en nationaliteit, mede gebaseerd op een mogelijk frauduleus Guinees paspoort. Appellant overhandigde een geboorteakte en een later uittreksel, maar de staatssecretaris stelde dat het paspoort vóór het uittreksel was afgegeven en dat het identificatieproces niet deugdelijk was verlopen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom er twijfel was over de nationaliteit. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aan appellant is om haar identiteit en nationaliteit te bewijzen en dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de authenticiteit van het paspoort en het identificatieproces.
Appellant voerde bewijsnood aan en stelde dat reizen naar Guinee onmogelijk was, maar de Afdeling vond dat zij onvoldoende had onderbouwd waarom zij niet kon voldoen aan de bewijsvereisten. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.