Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van Wijkvereniging “De Zuid” en anderen tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om een natuurvergunning te verlenen voor de realisatie en het gebruik van een vogelspottershuisje in het Natura 2000-gebied Coepelduynen.
Eisers voerden aan dat de stikstofdepositie in zowel de realisatie- als gebruiksfase onderschat zou zijn, dat oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, optische en mechanische verstoring onvoldoende waren onderzocht en dat cumulatie van effecten niet adequaat was beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat het college de aanvraag terecht op grond van de Wet natuurbescherming heeft beoordeeld en dat ambtshalve uitgevoerde AERIUS-berekeningen slechts de houdbaarheid van de aangeleverde gegevens controleerden zonder de grondslag te verlaten.
De rechtbank concludeerde dat de stikstofberekeningen realistisch waren en dat de aannames over verkeersbewegingen en het gebruik van een graafmachine klasse stage IV voldoende waren geborgd. Ook werden oppervlakteverlies en versnippering als verwaarloosbaar beoordeeld, en waren de zorgen over verontreiniging, optische en mechanische verstoring onvoldoende onderbouwd. De cumulatie van effecten werd volgens vaste rechtspraak juist beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de natuurvergunning in stand blijft.