ECLI:NL:RVS:2022:2334
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- D.A. Verburg
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning Windpark IJsselwind wegens onvoldoende rechtszekerheid over windturbinehoogte
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 14 oktober 2020 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming aan IJsselwind B.V. en het waterschap Rijn en IJssel voor het realiseren en exploiteren van drie windturbines bij Windpark IJsselwind in Zutphen. Het project leidt tot stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied Rijntakken. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het Natura 2000-gebied deel uitmaakt van de woon- en leefomgeving van appellanten, zodat zij procesbelang hebben. De AERIUS-berekening en de ecologische beoordeling waarop het besluit is gebaseerd, zijn voldoende inzichtelijk en onderbouwd bevonden. Wel is geoordeeld dat het besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel omdat de hoogte van de windturbines niet in het besluit is vastgelegd, terwijl deze maatvoering relevant is voor de beoordeling van effecten zoals aanvaringsslachtoffers.
De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het ontbreekt aan een voorschrift over de hoogte van de turbines en verbindt aan de vergunning een voorschrift dat de turbines een tiphoogte van maximaal 185 meter, een ashoogte van maximaal 125 meter en een rotordiameter van maximaal 120 meter mogen hebben. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: De vergunning wordt vernietigd voor zover het ontbreekt aan een voorschrift over de hoogte van de windturbines, en dit voorschrift wordt aan de vergunning verbonden.