Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.N. Habibi, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 29 juli 2024 staande gehouden en in bewaring gesteld. De minister heeft op 7 augustus 2025 besloten eiser over te dragen aan Oostenrijk op grond van de Dublinverordening, nadat Oostenrijk had ingestemd met de terugname. Eiser stelde dat hij niet vooraf een schriftelijk voornemen tot overdracht had ontvangen, waardoor hij zijn verdediging niet goed kon voeren. De rechtbank oordeelt dat een schriftelijk voornemen niet vereist is indien geen asielaanvraag in behandeling is en dat eiser tijdens het gehoor in bewaring wel degelijk op de hoogte is gesteld van het voornemen tot overdracht en de gelegenheid heeft gehad te reageren.
Tijdens het vertrekgesprek op 4 augustus 2025 heeft eiser zich berust in de overdracht aan Oostenrijk, mits hij niet naar Tunesië zou worden teruggestuurd. Een voorkeur voor Frankrijk is niet kenbaar gemaakt. De rechtbank vindt dat de minister hiermee heeft gehandeld in overeenstemming met het verdedigingsbeginsel en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiser heeft geen inhoudelijke argumenten aangevoerd om het overdrachtsbesluit te vernietigen. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit aan Oostenrijk wordt ongegrond verklaard.