ECLI:NL:RBDHA:2025:18560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij het uitzetten van hem, mede vanwege de langdurige duur van de aanvraag van een laissez-passer.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en dat de beoordeling zich nu richtte op de periode daarna. De minister bleek maandelijks te rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten en voerde daarnaast maandelijks vertrekgesprekken met eiser. Dit werd als voldoende voortvarend handelen beoordeeld.
Eiser had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een intensiever rappelleren op dossierniveau rechtvaardigden. De rechtbank vond geen grond om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.