ECLI:NL:RBDHA:2025:18728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende persoon, diende op 7 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië, waar hij subsidiaire bescherming heeft. De rechtbank bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Italië.
Eiser stelde dat de situatie voor statushouders in Italië vergelijkbaar is met die in Griekenland en dat het vertrouwensbeginsel niet meer gehandhaafd kan worden. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2024 en stelde dat hij zijn rechten in Italië niet kon effectueren. De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet heeft aangetoond dat Italië zijn verplichtingen schendt en dat de drempel voor schending van artikel 3 EVRM Pro hoog is, zoals bevestigd in het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij zich tot hogere Italiaanse autoriteiten heeft gewend en dat niet is gebleken dat deze autoriteiten onverschillig staan tegenover zijn situatie. De omstandigheden in Italië zijn weliswaar moeilijk, maar niet zodanig dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië.