ECLI:NL:RBDHA:2025:18777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens te hoog vermogen door waarde auto en niet aannemelijke schuld
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een aanvullende bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke is afgewezen omdat zijn vermogen de toegestane grens overschrijdt, voornamelijk door de waarde van zijn auto. Eiser voerde aan dat rekening gehouden moest worden met een schuld van € 10.000,- aan zijn ouders, maar de rechtbank oordeelde dat deze schuld niet als reëel opeisbaar vermogen kon worden meegeteld omdat de terugbetalingsverplichting niet aannemelijk was gemaakt.
Daarnaast stelde eiser dat de auto noodzakelijk was vanwege medische omstandigheden. Hoewel de rechtbank begrip had voor de wenselijkheid van een auto, concludeerde zij dat de medische noodzaak niet voldoende was onderbouwd en dat de waarde van de auto in het kader van de bijstandswetgeving als vermogen moest worden meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de bijstandsuitkering. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meessen op 15 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard vanwege te hoog vermogen en niet aannemelijke terugbetalingsverplichting.