Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie (verweerder) had de beslistermijn verlengd, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
Verweerder hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvraag van de referent pas in juni 2026 aan de beurt zou zijn. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het beroep aan te houden of een langere beslistermijn dan de gebruikelijke termijnen toe te passen. Er wordt een termijn van acht weken gesteld waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50. De rechtbank benadrukt dat het fifo-principe geen aanleiding geeft om af te wijken van de vaste beslistermijnen en dat het beroep gegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.