Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist op zijn asielaanvraag van 26 september 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, het zogenaamde '8+8 wekenmodel'. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.