Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar asielaanvraag van 7 september 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden en er op 12 november 2024 een nader gehoor heeft plaatsgevonden, legt de rechtbank een termijn van vier weken op waarbinnen de minister moet beslissen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.