Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 6 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet alsnog binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen om uiterlijk op 31 januari 2026 een besluit te nemen, waarbij rekening is gehouden met het '8+8 wekenmodel' en de maximale beslistermijn van 21 maanden. De rechtbank acht deze termijn passend en zorgvuldig.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, indien de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ter hoogte van € 453,50.