ECLI:NL:RBDHA:2025:18959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging broer
Eiser heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om als familie- of gezinslid bij zijn broer, die een verblijfsvergunning asiel heeft, te verblijven. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat volgens het beoordelingskader geen sprake is van gezinsleven of bijzondere afhankelijkheid tussen eiser en zijn broer of ouders.
Eiser voerde aan onder het jongvolwassenenbeleid te vallen en stelde dat hij afhankelijk was van zijn ouders en broer, met hechte persoonlijke banden. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid, geen structurele financiële afhankelijkheid heeft aangetoond en dat de banden met zijn broer en andere familieleden niet zodanig hecht zijn dat zij het gewone gezinsleven overstijgen.
De rechtbank concludeerde dat er geen beschermingswaardig familie- of gezinsleven bestaat in de zin van artikel 8 EVRM Pro, waardoor de minister geen belangenafweging hoefde te maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.