ECLI:NL:RBDHA:2025:19074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen intrekking verblijfsvergunning
Eiser ontving een afhankelijke verblijfsvergunning asiel die later met terugwerkende kracht werd ingetrokken door verweerder. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking. Verweerder herzag het besluit en trok het bestreden besluit in, waarna eiser het beroep introk en een verzoek tot proceskostenveroordeling indiende.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, wat vereist dat het bestuursorgaan een standpunt herroept dat binnen het geding valt en het gewenste besluit alsnog neemt op gronden die onrechtmatigheid erkennen. De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat een zienswijze tijdig was ingediend binnen de wettelijke termijn, en verweerder pas in beroep kennis nam van deze zienswijze.
Omdat de intrekking van het besluit niet gebaseerd was op een erkenning van onrechtmatigheid maar op buiten de onderzoekslast vallende informatie, was geen sprake van tegemoetkomen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af en oordeelde dat eiser geen recht had op vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.