ECLI:NL:RBDHA:2025:19133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en opvang Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk niet meer geldt vanwege ontoereikende opvangomstandigheden, onderbouwd met het AIDA-rapport van juni 2025. Hij vreesde een reëel risico op schending van zijn rechten bij overdracht aan Frankrijk, waaronder onvoldoende voedsel en medische zorg. De rechtbank overweegt dat de minister in beginsel mag uitgaan van het vertrouwensbeginsel en dat eiser aannemelijk moet maken dat er sprake is van structurele en ernstige tekortkomingen die een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die stelt dat ondanks problemen in Frankrijk het vertrouwensbeginsel blijft gelden. Het recente AIDA-rapport toont geen wezenlijk ander beeld. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat overdracht aan Frankrijk een onaanvaardbaar risico inhoudt. Ook zijn medische klachten zijn niet concreet onderbouwd en de minister mocht aannemen dat Frankrijk adequate zorg kan bieden.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt het besluit van de minister. Eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 23 september 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.