Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun bezwaren tegen de beëindiging van de LVV per 1 januari 2025. De gemeente Amsterdam heeft hen hierover op 9 december 2024 schriftelijk geïnformeerd. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft nog geen beslissing genomen op de bezwaren.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 10 april 2025 geldig is en dat verweerder een bestuurlijke dwangsom van €1.442,- verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn. Gezien het grote aantal bezwaarschriften en de noodzaak tot zorgvuldige besluitvorming, legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twaalf weken op.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en bepaalt dat verweerder een dwangsom van €100,- per dag moet betalen bij overschrijding van de nieuwe termijn, met een maximum van €15.000,-.