ECLI:NL:RBDHA:2025:19220
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige arbeid wegens ontbreken mvv-vrijstelling
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning met het doel arbeid als zelfstandige in Nederland. Zijn derde aanvraag werd op 18 september 2023 afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor een vrijstelling van dit vereiste. Ook het bezwaar tegen deze afwijzing werd door verweerder verworpen.
Eiser stelde in beroep dat het mvv-vereiste niet tegen hem mocht worden toegepast vanwege het Turks associatierecht en dat er bijzondere individuele omstandigheden waren die vrijstelling rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat het toepassen van het mvv-vereiste niet in strijd is met het Turks associatierecht zolang het niet verder gaat dan noodzakelijk en rekening wordt gehouden met bijzondere omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat er bijzondere individuele omstandigheden waren die een vrijstelling rechtvaardigen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser niet had aangetoond welke bezwaarlijke gevolgen een tijdelijke terugkeer naar Turkije zou hebben voor zijn onderneming. Ook was het mvv-vereiste mede ingesteld om illegale arbeid tegen te gaan. Het bezwaar dat eiser niet was gehoord in de bezwaarprocedure werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.