ECLI:NL:RBDHA:2025:1928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Frankrijk
Eiser, van Nigerese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvraag. Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk in een mensonwaardige situatie zou terechtkomen, onderbouwd met het AIDA-rapport 2023 en zijn persoonlijke ervaringen, waaronder beperkte opvang en juridische ondersteuning.
De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk, zoals bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in recente uitspraken. Dit betekent dat Nederland mag aannemen dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt, tenzij eiser met concrete aanwijzingen aannemelijk maakt dat er sprake is van structurele en ernstige tekortkomingen die leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van dergelijke ernstige en structurele tekortkomingen in het Franse asiel- en opvangsysteem. De rechtbank nam ook het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023 in acht, dat binnen de Dublinprocedure geen beoordeling van indirect refoulement toestaat tenzij het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden aangenomen. De minister hoefde geen aanvullende garanties te vragen aan Frankrijk en mocht de aanvraag buiten behandeling laten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier S.N. Lekatompessij op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.