ECLI:NL:RBDHA:2025:19700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure Zwitserland
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij onvoldoende is gehoord en dat Zwitserland niet betrouwbaar is vanwege problemen in opvangcentra en een restrictief beleid.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende is gehoord en dat hij expliciet geen bezwaar heeft tegen overdracht. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Zwitserland, en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Zwitserland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet. De verwijzing naar het AIDA-rapport was onvoldoende om structurele tekortkomingen aan te tonen.
Ook de vrees voor indirect refoulement werd niet toegewezen omdat de Dublinprocedure dit risico niet toetst zolang het vertrouwensbeginsel geldt. Ten slotte oordeelde de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden zijn die de minister verplichten de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag blijft niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.