Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 29 augustus 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn van twee weken heeft besloten.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Hierbij wordt aangesloten bij het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar vanwege de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden wordt een kortere beslistermijn passend geacht.
De rechtbank legt de minister op om binnen vier weken na de datum van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50.