ECLI:NL:RBDHA:2025:19837

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.27072 & NL25.27262 & NL25.27261
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 VwArt. 71b VwArt. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart beroepen gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen

Eisers, familieleden die gezamenlijk asiel hebben aangevraagd, stelden beroep in tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. De rechtbank Den Haag nam de samenhang tussen de zaken aan en constateerde dat de beslistermijn was overschreden.

De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestellingen correct waren en dat de beroepen niet te laat waren ingesteld. Gezien de achterstanden in de behandeling van asielaanvragen stelde de rechtbank een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 12 november 2025, waarbij zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eisers werd meegewogen.

Daarnaast legde de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn zou beslissen. Tevens werden proceskosten aan eisers toegekend. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en legt een dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig beslissen op asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.27072, NL25.27262 en NL25.27261

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] , en

[eiseres 1], eiseres 1, V-nummer: [V-nummer 2] , mede namens hun minderjarige kinderen
[kind 1]en
[kind 2], alsmede hun neven en nichten
[naam 1],
[naam 2],
[naam 3]en
[eiseres 2], eiseres 2, V-nummer: [V-nummer 3]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen.

Overwegingen

De rechtbank neemt samenhang tussen de zaken van eisers aan, omdat zij als familieleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun asielaanvragen hebben ingediend.
Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage.
Is de beslistermijn overschreden?
(X) Ja
( ) Nee
Zijn er correcte ingebrekestellingen en zijn de beroepen meer dan twee weken later ingesteld?
(X) Ja
( ) Nee
Zijn de beroepen gegrond?
( ) Nee
(X) Ja
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?
(X) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 12 november 2025 redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eisers om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag. Ook wordt daarmee de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn niet overschreden.
Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen?
(X) Ja
( ) Nee
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?(X) € 100 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
(X) Ja
( ) Nee
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
(X) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift
met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 0,5.

Beslissing

De rechtbank:
(X) verklaart de beroepen gegrond;
(X) draagt verweerder op uiterlijk op 12 november 2025 besluiten bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
(X) bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van (X) € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van (X) € 15.000;
(X) veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 29 oktober 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Bijlage

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 [4] de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, [5] is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. [6] Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is.
Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Voor zover de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. [7] Indien de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd.
Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. [8] Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. [9]
De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden. [10] Dit is de rechterlijke dwangsom.
Als eiser is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. [11] De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.
De rechtbank legt een hogere rechterlijke dwangsom op als verweerder niet heeft beslist binnen de termijn die de rechtbank heeft bepaald in een eerdere rechterlijke uitspraak. Indien de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom nog niet is volgelopen, bepaalt de rechtbank dat verweerder de aan de onderhavige uitspraak verbonden rechterlijke dwangsom verbeurt met ingang van de dag nadat de eerder opgelegde rechterlijke dwangsom is volgelopen.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
5.Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
6.Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278.
7.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3352.
8.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
9.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
10.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
11.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.