Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 30 juni 2025. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd en de maatregel op 3 oktober 2025 opgeheven.
De rechtbank heeft geen onderzoek ter zitting gehouden en het onderzoek gesloten op 22 oktober 2025. De beoordeling richt zich op de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was, hetgeen volgens artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet kan leiden tot een schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat het voortduren van de bewaring in strijd was met de Terugkeerrichtlijn, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de wet, mede vanwege zijn medische en psychische klachten, het ontbreken van passende zorg in detentie, en het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank constateerde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere procedures zonder nieuwe feiten of omstandigheden en dat eiser niet had onderbouwd dat hij werd verstoken van adequate medische zorg of detentieongeschikt was.
De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.