ECLI:NL:RBDHA:2025:19989

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.401
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 6:19 AwbArtikel 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag Senegal wegens onvoldoende motivering veilig land van herkomst

Eiseres, met de Senegalese nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in die telkens als kennelijk ongegrond werden afgewezen. Het laatste besluit van 5 januari 2025 verklaarde haar aanvraag niet-ontvankelijk vanwege de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit, dat verweerder kort voor de zitting introk, maar eiseres handhaafde haar beroep.

De rechtbank oordeelt dat verweerder Senegal ten onrechte als veilig land van herkomst heeft aangemerkt, mede gelet op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie. De motivering van het besluit is onvoldoende en de procedurele voorbereiding schiet tekort, omdat eiseres opnieuw moet worden gehoord. Schriftelijk of telehoor is niet passend vanwege de aard van de aanvraag en het feit dat eiseres reeds is uitgezet.

De rechtbank vernietigt het intrekkingsbesluit en het bestreden besluit van 5 januari 2025, verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij eiseres opnieuw persoonlijk wordt gehoord. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank benadrukt dat verweerder de teruggeleiding moet organiseren of toestemming voor inreis moet verlenen en de SIS-signaleringen moet verwijderen.

Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij eiseres opnieuw persoonlijk wordt gehoord.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.401

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] (V-nummer: [V-nummer]), eiseres

(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat verweerder de aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand kunnen blijven omdat verweerder eiseres opnieuw moet horen. Het beroep is gegrond en verweerder moet een nieuw besluit nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft voor de eerste keer een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 23 juni 2024. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 29 juni 2024.
Op 21 september 2024 heeft eiseres een opvolgende asielaanvraag ingediend en deze aanvraag is bij besluit van 17 oktober 2024 ook afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft vervolgens op 30 december 2024 nogmaals een opvolgende asielaanvraag ingediend. Zij heeft de Senegalese nationaliteit en is geboren op 29 juli 1997. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 januari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
2.2.
Eiseres heeft op 5 januari 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL25.393). Dit verzoek is afgewezen op 6 januari 2025.
2.3.
Op 17 maart 2025 heeft de rechtbank aan partijen gevraagd of zij mondeling op een zitting willen worden gehoord, gelet op de uitspraak van 8 januari 2025 [2] , onder verwijzing naar het arrest van het Hof van 4 oktober 2024 in de zaak CV [3] . Verweerder heeft geen toestemming verleend om de behandeling van de procedure buiten zitting af te doen. De behandeling van het beroep is vervolgens gepland op de zitting van 17 oktober 2025.
2.4.
De rechtbank heeft verweerder gevraagd een verweerschrift in te dienen.
2.5.
Op 14 oktober 2025 heeft verweerder bericht dat het bestreden besluit van 5 januari 2025 is ingetrokken en dat opnieuw op de asielaanvraag van 30 december 2024 zal worden beslist.
2.6.
Eiseres heeft het beroep tegen het bestreden besluit niet ingetrokken en heeft wederom een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend op 15 oktober 2025 (NL25.50369).
2.7.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek tot voorlopige voorziening, op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunten van partijen
3. Eiseres heeft haar beroep tegen het ingetrokken besluit gehandhaafd (en een nieuw verzoek tot voorlopige voorziening ingediend), omdat opnieuw op haar asielaanvraag zal worden beslist terwijl zij reeds is uitgezet naar Senegal. Om die reden verzoekt eiseres om teruggeleiding naar Nederland. Eiseres blijft bij haar standpunt dat de asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en dat de asielaanvraag ten onrechte is beoordeeld op grond van het beleid veilig land van herkomst Senegal en handhaaft haar gronden van beroep.
4. Verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat het bestreden besluit is ingetrokken, omdat de motivering in het bestreden besluit dat Senegal voor eiseres als veilig land van herkomst kan worden beschouwd, ondanks de (in de voorgaande asielprocedure) geloofwaardig geachte problemen vanwege uithuwelijking, onvoldoende is. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat eiseres rechtmatig is uitgezet op 6 januari 2025 en ziet geen aanleiding om eiseres terug te geleiden naar Nederland.
Belang bij beoordeling ingetrokken besluit
5. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres na intrekking van het bestreden besluit nog belang heeft bij de behandeling van haar beroep. De rechtbank overweegt dat als gevolg van de intrekking van het bestreden besluit, verweerder opnieuw zal moeten beslissen op de asielaanvraag van eiseres van 30 december 2024. Daarbij is van belang de vraag of verweerder opnieuw kan beslissen op grond van het gehoor dat er al ligt (gehoor opvolgende aanvraag van 1 januari 2025) of dat verweerder eiseres opnieuw moet horen. In dat laatste geval zou terug geleiding naar Nederland aan de orde kunnen zijn. Partijen zijn het hier niet over eens. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat eiseres belang heeft bij een inhoudelijk beoordeling van haar beroep.
6. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het beroep ontvankelijk is. De rechtbank zal het intrekkingsbesluit vernietigen. De vernietiging van het intrekkingsbesluit heeft tot gevolg dat het bestreden besluit van 5 januari 2025 herleeft. Gelet op het doel en de strekking van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal de rechtbank het (oorspronkelijke) beroep van eiseres daartegen beoordelen.
Het bestreden besluit van 5 januari 2025
7. De rechtbank overweegt dat deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag en zittingsplaats Roermond in twee afzonderlijke uitspraken van 8 januari 2025 [4] heeft geoordeeld dat uit het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 [5] kan worden afgeleid dat het uitzonderen van groepen zich niet verdraagt met de aanwijzing van een land als veilig land van herkomst en dat verweerder om die reden Senegal ten onrechte heeft aangemerkt als veilig land van herkomst. Het Hof heeft dit bevestigd in haar uitspraak van 1 augustus 2025 [6] .
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook bij de beoordeling van de onderhavige asielaanvraag ten onrechte is uitgegaan van aanwijzing van Senegal als veilig land van herkomst. Het beroep van eiseres is dus gegrond. De rechtbank vernietigt reeds om die reden het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven vanwege de gegrondverklaring van het beroep geen verdere bespreking.
9. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om zelf in de zaak te voorzien danwel de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk in stand te laten.
10. De rechtbank is van oordeel dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand kunnen blijven omdat niet alleen de motivering van het bestreden besluit maar ook de voorbereiding daarvan ten onrechte in de veilig land van herkomst-procedure heeft plaatsgevonden. Deze procedure is met aanmerkelijk minder procedurele waarborgen omkleed en is door het Hof ook expliciet benoemd als “
bijzondere behandelingsregeling die derogerend van aard is” (zie punten 70 en 71 van het arrest van 4 oktober 2024). Ook dit levert een gebrek in de besluitvorming op. Dat eiseres volgens verweerder eveneens is gehoord conform Werkinstructie 2019/17 (‘Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd’), maakt dat niet anders. De rechtbank is van oordeel dat op voorhand niet valt uit te sluiten dat eiseres voorheen is gehoord, ook over haar geaardheid, vanuit de vooronderstelling dat Senegal een veilig land van herkomst is. De rechtbank verwijst in dit verband naar de volgende overwegingen uit het voornemen van 2 januari 2025:
(…)
Senegal veilig land van herkomst
Los van wat hierboven is gemotiveerd zijn de door uw gestelde problemen op zichzelf niet relevant voor de beoordeling van uw opvolgende aanvraag omdat Senegal voor u is aangemerkt als veilig land van herkomst. Hierom wordt op voorhand uitgesloten dat het door u aangevoerde relevant kan zijn voor de beoordeling van uw aanvraag. Immers, staat in rechte vast dat u bij (voorkomende) problemen zich kan wenden tot de (hogere) autoriteiten van uw land.
(…)
De rechtbank overweegt dat deze formulering in dit voornemen geen blijk geeft van een grondige beoordeling van het opvolgende verzoek om internationale bescherming. De rechtbank kan niet vaststellen dat deze vooronderstelling van verweerder het gehoor niet heeft beïnvloed en aangezien het voornemen volgens vaste jurisprudentie een voorbereidingshandeling is, kan de rechtbank ook niet vaststellen dat deze vooronderstelling het gehoor niet heeft gekleurd. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat eerst is onderzocht of eiseres tot een van de toen nog aangemerkte uitzonderingscategorieën behoort en dat dit een ‘normaal gehoor’ is geweest. De rechtbank volgt dit dus niet omdat de vragen aan eiseres of zij bescherming voor haar problemen kan inroepen bij de Senegalese autoriteiten reeds geen neutrale vragen zijn.
11. Aangezien verweerder opnieuw zal moeten beslissen op de asielaanvraag van eiseres, zal verweerder in het kader van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit eiseres opnieuw moeten horen, omdat naar het oordeel van de rechtbank de gehoren die al hebben plaatsgevonden niet volstaan. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat verweerder eiseres ook schriftelijk kan horen of met een telehoorverbinding. De rechtbank volgt dit niet. Eiseres heeft een asielaanvraag ingediend en verweerder moet eiseres op deze aanvraag horen. Uit de aard van de verzochte verblijfsvergunning blijkt reeds eiseres deze procedure niet vanuit haar land van herkomst kan voeren. Dit betekent dat verweerder eiseres zal moeten teruggeleiden naar Nederland of toestemming zal moeten geven om in te reizen en de SIS-signalering van het terugkeerbesluit en inreisverbod ongedaan zal moeten maken. De rechtbank merkt op dat indien eiseres niet reeds was uitgezet, verweerder eiseres naar alle waarschijnlijkheid ook ‘gewoon’ in persoon zou hebben gehoord. Het is juist dat eiseres had kunnen voorkomen dat ze hangende deze beroepsprocedure zou worden verwijderd door tijdig een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Dit doet echter niet af aan de omstandigheid dat verweerder erkent dat hij de asielaanvraag van eiseres niet grondig genoeg heeft onderzocht en dat ook als het gaat om de vraag of eiseres bescherming kan vragen voor het reeds geloofwaardig geachte asielrelaas, eiseres in een gehoor hier haar zienswijze op moet kunnen geven. Hoewel de uitzetting van eiseres naar Senegal op 6 januari 2025 op dat moment rechtmatig was, is daarmee niet gezegd dat deze overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 6 december 2023 [7] . Om die reden zal de rechtbank verweerder geen termijn stellen voor het nemen van een nieuw besluit op de asielaanvraag van eiseres. De rechtbank gaat er wel van uit dat verweerder met de nodige spoed en in samenspraak met de gemachtigde van eiseres de teruggeleiding van eiseres in gang zal zetten. Ten alle tijde moet immers worden voorkomen dat de gestelde vrees van eiseres om in een met artikel 3 EVRM Pro-strijdige situatie te geraken, werkelijkheid wordt.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond omdat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Dat betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder een nieuw besluit op de asielaanvraag van eiseres moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
13. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, veroordeelt zij verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Toegekend wordt € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- bij een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • vernietigt het intrekkingsbesluit van 14 oktober 2025;
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 5 januari 2025;
  • draagt verweerder een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van
mr. F.A.E. van de Venne, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 30 oktober 2025
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
3.C-406/22, ECLI:EU:C:2024:841.
5.C-406/22, ECLI:EU:C:2024:841.
6.LC (C-758/24) en CP (C-759/24), ECLI:EU:C:2025:591.