Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, maar constateert dat de minister niet binnen deze termijn heeft besloten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn uit de eerdere uitspraak. Gezien het lange tijdsverloop van bijna 24 maanden tussen aanvraag en behandeling, en het feit dat de minister eerdere termijnen en dwangsommen heeft genegeerd, stelt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van zestien weken vast, lopende vanaf het gehoor van 10 september 2025.
De minister wordt verplicht binnen deze termijn een besluit te nemen en een dwangsom van €250 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €37.500. Daarnaast moet de minister het griffierecht en proceskosten van eiser vergoeden. De rechtbank wijst een lager bedrag toe voor proceskosten vanwege de beperkte aard van het geschil. De eerdere verbeurde dwangsommen worden niet opnieuw vastgesteld omdat de wet geen hernieuwde dwangsom voorziet bij niet-naleving van een eerdere termijn.