Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn moeder en zusjes. De aanvraag werd ingediend op 16 februari 2024, waarna de minister uiterlijk 16 augustus 2024 had moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tijdig is ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 15 april 2025. De rechtbank oordeelt dat de situatie een bijzonder geval betreft, waarbij een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wijst de rechtbank af vanwege de nieuwe wettelijke regeling. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van acht weken op voor besluitvorming en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.