Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn moeder en zusjes. Eiser heeft de aanvraag op 16 februari 2024 ingediend, en de minister had uiterlijk op 16 augustus 2024 een besluit moeten nemen. Aangezien er geen besluit is genomen, heeft eiser op 16 juni 2025 beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat de minister in gebreke is gebleven. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om een besluit bekend te maken, met de mogelijkheid van een langere termijn indien nader onderzoek nodig is. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000. Eiser verzoekt om vaststelling van de verbeurde dwangsom, maar dit verzoek wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling na inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de proceskosten van eiser en het vergoeden van het griffierecht. De uitspraak is openbaar gemaakt op 30 oktober 2025.