ECLI:NL:RBDHA:2025:20098

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
31 oktober 2025
Zaaknummer
NL25.23898
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag op basis van seksuele gerichtheid en geloofwaardigheid

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser, die van Nigeriaanse nationaliteit is en stelt homoseksueel te zijn. Eiser heeft eerder asiel aangevraagd, maar zijn eerdere aanvragen zijn afgewezen omdat zijn seksuele geaardheid niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank heeft de afwijzing van de asielaanvraag beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Eiser heeft op 27 mei 2025 een derde aanvraag ingediend, maar deze werd door de minister op 21 mei 2025 als kennelijk ongegrond afgewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld bij het horen van eiser en dat de vraagstelling niet onzorgvuldig was. Eiser heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn persoonlijke groei en de minister heeft de verklaringen van eiser als summier en oppervlakkig beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel, omdat zijn gestelde homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23898
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraagi van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 27 mei 2025 een (derde) aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1998] . De minister heeft met het bestreden besluit van 21 mei 2025 deze opvolgende aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 2 september 2025 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroepii, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Mensah als tolk en de gemachtigde van de minister.

Samenvatting

Eerdere asielaanvragen
3. Eiser heeft op 2 oktober 2018 zijn eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Aan deze asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat zijn oom kwade bedoelingen met hem heeft. Ook is eiser door familie verzocht om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie, wat hij heeft geweigerd. Hierdoor vreesde eiser voor zijn leven.
De minister heeft deze aanvraag afgewezen. De rechtbank heeft het daartegen gerichte beroep ongegrond verklaard.iii Op 6 oktober 2020 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Eiser heeft hierbij aangegeven niet naar Nigeria te kunnen terugkeren vanwege zijn homoseksuele geaardheid. De minister heeft de seksuele geaardheid van eiser niet aannemelijk geacht en de aanvraag bij besluit van 16 augustus 2021 afgewezen. De rechtbank heeft het daartegen gerichte beroep ongegrond verklaard.iv De afwijzingen van deze asielaanvragen staan in rechte vast.
Huidige asielaanvraag
4. Vervolgens heeft eiser op 13 december 2024 onderhavige opvolgende asielaanvraag ingediend. Aan deze asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij sinds zijn vorige asielprocedure persoonlijke groei heeft doorgemaakt met betrekking tot zijn homoseksuele geaardheid. Hij is actief in en voelt zich thuis bij de lhbti+-community. Ter onderbouwing hiervan heeft hij een verklaring van [A] en een fotoverslag van verschillende lhbti+-activiteiten overgelegd. Eiser vreest bij terugkeer problemen met de Nigeriaanse autoriteiten in verband met zijn seksuele geaardheid.

Het bestreden besluit

5. Het relaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
 identiteit, nationaliteit en herkomst;
 de persoonlijke groei in de seksuele gerichtheid.
De minister heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig gevonden. Dat eiser persoonlijke groei in zijn seksuele gerichtheid heeft doorgemaakt, heeft de minister echter niet geloofwaardig geacht. De verklaringen van eiser over zijn persoonlijke groei vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel, aldus de minister. Deze blijven namelijk summier, oppervlakkig en weinig inzichtgevend. De door eiser overgelegde documenten wegen hier niet tegenop en leiden niet tot een ander oordeel. De verklaring van [A] is niet objectief en bevat bovendien tegenstrijdigheden met de verklaringen van eiser zelf. Ook het overgelegde fotoverslag van zijn aanwezigheid bij lhbti-gerelateerde activiteiten onderbouwt de verklaringen van eiser niet. De enkele aanwezigheid bij dergelijke activiteiten vormt op zichzelf geen onderbouwing van de gestelde seksuele gerichtheid. Deze activiteiten zijn namelijk in zijn algemeenheid laagdrempelig en staan open voor een breed publiek, ongeacht de seksuele voorkeur. Eiser is ook niet in staat gebleken inzicht te verschaffen in hoe deze activiteiten hebben bijgedragen aan zijn persoonlijke groei. De minister komt dan ook tot de conclusie dat eiser ook in het kader van deze opvolgende aanvraag zijn gestelde homoseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser komt volgens de minister daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel.v De asielaanvraag van eiser wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.vi

Beoordeling door de rechtbank

Heeft de minister zorgvuldig gehandeld in de wijze van vraagstelling?
6. Eiser heeft aangevoerd dat de minister een verkeerde wijze van vraagstelling heeft gehanteerd tijdens zijn gehoor opvolgende aanvraag. Eiser is niet goed in het antwoorden op open vragen en dat had de minister ook duidelijk moeten zijn. De minister had de vraagstelling tijdens het gehoor daarop moeten aanpassen. Ook is het daarom niet vreemd dat eiser pas later, zoals in zijn zienswijze, meer duiding aan zijn relaas kan geven. Eiser
heeft in dit verband gewezen op zijn aanvraagformulier ‘tweede of opvolgende asielaanvraag
. Hierin heeft eiser de minister gewezen op een medisch advies uit 2018vii. In dit advies staat vermeld dat het is geobserveerd dat eiser gebaat lijkt te zijn bij extra uitleg van de vragen. Verder heeft eiser er ter zitting op gewezen dat hij tijdens het gehoor ook verschillende keren heeft aangegeven de vraag niet te begrijpen. Er waren volgens eiser voor de minister voldoende aanknopingspunten om te kiezen voor een andere, meer gesloten, vraagstelling. Nu dit niet is gedaan, kan eiser niet worden tegengeworpen dat hij summier, oppervlakkig en weinig inzichtgevend heeft verklaard en één en ander pas later meer heeft toegelicht.
7. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het medisch advies uit 2018 valt niet op te maken dat van eiser niet zou kunnen en mogen worden verwacht te antwoorden op (open) vragen. De opmerking in dit advies dat eiser gebaat lijkt te zijn bij extra uitleg van vragen is onvoldoende om deze conclusie te rechtvaardigen. Bij het horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd, is het voor de minister bovendien belangrijk om het authentieke en individuele verhaal boven tafel te krijgen. Hierbij gaat het om de persoonlijke ervaringen en gevoelens van de aanvrager en de wijze waarop zijn omgeving hierop reageert. Om hier een goed beeld van te krijgen, worden er (ook) open vragen gesteldviii, zo ook aan eiser. Dit komt de rechtbank niet onredelijk voor. De minister heeft daarbij ook niet volstaan met het stellen van open vragen maar heeft ook verdere duiding gegeven als eiser de vraag niet begreep of het antwoord nadere concretisering behoefde. Ook is eiser verschillende keren gevraagd om concrete voorbeelden te geven.ix Er zijn dus niet alleen open vragen gesteld aan eiser. Eiser is door de minister voldoende in staat gesteld zijn asielmotief op een goede manier naar voren te brengen. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat de minister bij het horen van eiser niet zorgvuldig heeft gehandeld of de verklaringen van eiser vanwege de (open) vraagstelling niet aan hem heeft kunnen tegenwerpen. De beroepsgrond slaagt niet.

Persoonlijke groei in de seksuele gerichtheid

Toetsingskader
8. Met betrekking tot het toepasselijke toetsingskader overweegt de rechtbank dat het gaat om een opvolgende aanvraag en dat in rechte vaststaat dat de homoseksuele gerichtheid van eiser in een eerdere procedure niet geloofwaardig is geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in het kader van opvolgende procedures over geloofsgroei overwogen dat de minister in opvolgende procedures niet ten onrechte uitgaat van een verzwaarde bewijslast voor de vreemdeling als het asielrelaas waar de vreemdeling op voortborduurt eerder al ongeloofwaardig is geacht.x Bij een opvolgende aanvraag blijft de uitkomst van de voorgaande procedure het uitgangspunt, waardoor een zwaardere bewijslast voor de vreemdeling geldt, aldus de ABRvS. De rechtbank acht het niet onredelijk dat die zwaardere bewijslast, zoals namens de minister op de zitting is aangevoerd, ook van toepassing is op een vreemdeling zoals eiser, die opnieuw seksuele geaardheid als asielmotief aanvoert, terwijl een eerdere aanvraag is afgewezen omdat die seksuele geaardheid niet geloofwaardig werd geachtxi. Niet ten onrechte heeft de minister de verklaringen van eiser mede in dit licht beoordeeld.
Summiere, oppervlakkige en weinig inzichtgevende verklaringen?
9. Voor de beoordeling van asielaanvragen waarbij seksuele geaardheid als asielmotief wordt aangevoerd, hanteert de minister Werkinstructie 2019/17 (hierna: WI). De rechtbank is van oordeel dat uit het gehoor opvolgende aanvraag, het voornemen en uit het bestreden besluit in voldoende mate blijkt dat verweerder de verklaringen van eiser heeft beoordeeld in overeenstemming met deze WI. Het zwaartepunt in de beoordeling ligt namelijk overeenkomstig deze WI op eisers eigen ervaringen en persoonlijke beleving met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor eiser heeft betekend, en hoe dit past in de context
.De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank mede gelet op bovenstaand toetsingskader niet ten onrechte geoordeeld dat de verklaringen van eiser over zijn persoonlijke groei summier, oppervlakkig en weinig inzichtgevend zijn. Zo stelt eiser dat hij bewuster en vrijer is in zijn homoseksuele gerichtheid maar kan hij hier geen concrete voorbeelden van geven, behalve dat hij mannen durft te benaderen. Hij heeft geen specifieke gedachtes bij het benaderen van mannenxii Ook stelt hij bijvoorbeeld dat Pride de mooiste dag van zijn leven was, maar is hij niet in staat aan te geven hoe dit zijn seksuele gerichtheid heeft beïnvloed.xiii Voor wat betreft de bijgewoonde lhbti-evenementen stelt eiser dat zijn deelname hieraan bijdraagt aan zijn persoonlijke groei doordat dit hem gelukkig maakt. Wanneer hem een aantal keer door de minister wordt gevraagd waarom dit dan belangrijk voor hem is, geeft eiser aan dat dat alles is wat hij erover kan zeggen.xiv De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser diepgang missen. Eiser heeft daarmee geen dan wel onvoldoende inzicht gegeven in het proces van zijn gestelde groei ten opzichte van zijn vorige procedure.

De overgelegde verklaring van [A] en het fotoverslag

10. Over de door eiser bij zijn opvolgende aanvraag overgelegde verklaring van [A] en het fotoverslag heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat die geen nieuw of ander licht nieuw licht werpen op de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid. Uit de WI blijkt dat het afhankelijk is van de individuele omstandigheden of een verklaring van derden eventueel opweegt tegen hetgeen de vreemdeling zelf heeft verklaard. Daarnaast geldt volgens de WI dat informatie van derden ook kan meewegen in het nadeel van de vreemdeling, indien de informatie afbreuk doet aan de eigen verklaringen van de vreemdeling. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de verklaring van [A] tegenstrijdigheden bevat met de verklaringen van eiser en (mede) daarom niet kan opwegen tegen diens verklaringen. In de verklaring van [A] staat namelijk dat eiser haar heeft verteld dat hij biseksueel is terwijl eiser tegenover de minister meermaals en expliciet heeft verklaard alleen op mannen te vallen.xv De toevoeging in de verklaring van [A] dat eiser aangeeft biseksueel te zijn maar in een ideale wereld liever homoseksueel te zijn, neemt deze tegenstrijdigheid niet weg. Ook eisers stelling dat hij heeft gedoeld op mannen die zich vrouwelijk kleden, maakt niet dat er geen sprake is van een tegenstrijdigheid. Eiser heeft dit namelijk niet als zodanig in de gehoren naar voren gebracht, terwijl dit wel op zijn weg had gelegen. Verder zijn de verklaringen van eiser over het dragen van vrouwenkleding niet in lijn met de verklaring van [A] . Eiser verklaart in zijn gehoor aanvankelijk niet consistentxvi maar geeft later expliciet aan nooit vrouwenkleding te hebben gedragen.xvii Dit terwijl in de verklaring van [A] staat dat eiser experimenteert met vrouwelijke kleding, iets wat hij voorheen enkel in het geheim deed. De verklaring van eiser hiervoor, namelijk dat het alleen gaat om het kiezen van kleding met kleuren die eiser een vrouwelijk gevoel geven, is niet afdoende nu dit iets wezenlijk anders betreft. Ook heeft de minister zich deugdelijk gemotiveerd en niet ten
onrechte op het standpunt gesteld dat eisers deelname aan lhbti-activiteiten waarvan het overgelegde fotoverslag getuigt, onvoldoende is om de oppervlakkige, summiere en algemeen bevonden verklaringen over eisers seksuele gerichtheid te compenseren. Met deze foto’s geeft eiser namelijk geen verdergaand inzicht in zijn eigen ervaringen en persoonlijke belevingen.
11. De minister heeft zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser geen samenhangende en aannemelijke verklaringen heeft afgelegd, zodat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de gestelde homoseksuele geaardheid nog altijd niet geloofwaardig is.

Conclusie en gevolgen

12. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
i Als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet 2000.
ii Zaak NL25.23899.
iii Bij uitspraak van 18 april 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1367.
iv Bij uitspraak van 22 november 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5119.
v op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw 2000.
vi op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000.
vii FMMUadvies van 24 oktober 2018.
viii Zie Werkinstructie 2019/17.
ix Zie bijvoorbeeld pagina 5 van het gehoor opvolgende aanvraag. Op de vraag van eiser wat er wordt bedoeld, wordt nadere duiding gegeven. Ook wordt er naar een voorbeeld gevraagd als eiser stelt dat hij zich vrij voelt om zich te uiten. Als het eiser op pagina 6 niet direct duidelijk is wat wordt bedoeld met de vraag ‘waarom het belangrijk voor hem is zich te uiten’’, wordt de vraag op verschillende wijze gesteld en uitgelegd. Op pagina 9 en 10 wordt hem op verschillende wijze gevraagd naar en 3du0idseinpgtegmegbeevren20a2an5 de gesprekken met [A] . Op pagina 15 wordt eiser naar aanleiding
van de activiteiten voorbeelden gevraagd en duiding gegeven waarover men meer wil weten.
Bijvoorbeeld “waren er specifieke gesprekken of gebeurtenissen die u hebben geholpen u beter te kunnen uiten?”.
x ABRvS van 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2713.
xi Zie ook uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, 5 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10102.
xii Zie bijvoorbeeld pagina 7,8 en 9 van het nader gehoor opvolgende aanvraag van 13 mei 2025.
xiii Zie pagina 15 en 16 van het nader gehoor opvolgende aanvraag.
xiv ZMier.pGa.gPin. aLo1m7 vaann het nader gehoor opvolgende aanvrCaa.gL..W. Slycke - van Dort
xv ZRieecphatgeinra 12 van het nader gehoor opvolgende aanvraGagri.ffier
xvi ZRieecphatgbianank11Meindd1e2nw-Naaeridneerilsaenrdaangeeft zich soms aRlsevcrhotubwantekkMleiddedne, nd-itNleeudkertelavnidnden en dit te doen als hij alleen is terwijl eiser op pagina 13 aangeeft dit nooit te hebben gedaan.
xvii Zie pagina 13 van het nader gehoor opvolgende aanvraag van 13 mei 2025.

Documentcode: [documentcode]