Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende op 19 februari 2025 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 31 maart 2022 reeds een asielaanvraag had ingediend. Duitsland heeft dit verzoek om terugname aanvaard.
Daarnaast verlengde verweerder de overdrachtstermijn tot achttien maanden omdat eiser ondergedoken was. Eiser voerde aan dat zijn vertrek uit het asielzoekerscentrum en het niet bekendmaken van zijn adres niet als onderduiken kon worden aangemerkt, mede vanwege zijn medische situatie en trauma’s in Duitsland. Het Bureau Medisch Advisering (BMA) gaf echter aan dat overdracht onder voorwaarden mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat eiser procesbelang heeft ondanks zijn tijdelijke afwezigheid en bevestigt dat het vertrek met onbekende bestemming en het niet melden van adresgegevens kwalificeert als onderduiken. De verlenging van de overdrachtstermijn is daarmee gerechtvaardigd. De beroepen tegen beide besluiten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn naar Duitsland worden ongegrond verklaard.