ECLI:NL:RBDHA:2025:20239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens prematuur opleggen onder Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Eiseres, een Ghanees die tijdelijk verbleef in Oekraïne, kreeg op 21 februari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd met de verplichting Nederland binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten. Dit besluit volgde op het beëindigen van haar verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die facultatief tijdelijke bescherming bood aan derdelanders uit Oekraïne.
Eiseres voerde aan dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming onjuist was gebaseerd op een eerdere uitspraak van de hoogste bestuursrechter. Inmiddels had die hoogste bestuursrechter in april 2025 geoordeeld dat het beëindigen van de facultatieve tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 wel rechtmatig was, conform het arrest Kaduna van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit prematuur is opgelegd, omdat de minister vóór 4 maart 2024 geen terugkeerbesluit had mogen opleggen aan vreemdelingen met rechtmatig verblijf op grond van facultatieve tijdelijke bescherming. Daarom is het beroep kennelijk gegrond en wordt het terugkeerbesluit vernietigd. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd omdat het prematuur is opgelegd vóór het einde van het rechtmatig verblijf op grond van tijdelijke bescherming.