ECLI:NL:RBDHA:2025:2036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. De aanvraag werd op 8 februari 2024 ingediend, terwijl verweerder uiterlijk 8 augustus 2024 had moeten beslissen. Verweerder heeft deze termijn overschreden en eiseres heeft hem op 6 november 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gelet op de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en de vergoeding van het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan op 10 februari 2025 door rechter M.L. Weerkamp.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.