Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Braziliaanse, kreeg op 9 september 2024 een terugkeerbesluit opgelegd wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland, gevolgd door een inreisverbod van twee jaar op 8 oktober 2024. Zij stelde beroep in tegen beide besluiten, stellende dat bijzondere individuele omstandigheden en haar procedureel rechtmatig verblijf in Portugal, waar zij met haar Portugese echtgenoot woont, niet voldoende zijn onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend en dat verweerder voldoende onderzoek had verricht voorafgaand aan het terugkeerbesluit, waaronder een gehoor waarbij eiseres aangaf geen bijzondere omstandigheden te hebben. Haar procedureel rechtmatig verblijf in Portugal werd niet als geldige verblijfsvergunning erkend. Het inreisverbod werd eveneens terecht opgelegd, omdat eiseres geen zienswijze had ingediend tegen het voornemen en de omstandigheden die zij na het besluit aanvoerde niet in de beoordeling konden worden betrokken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het terugkeerbesluit en het inreisverbod had uitgevaardigd en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.