Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag bij de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank constateert dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, maar acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 6 december 2025 redelijk.
De rechtbank oordeelt dat deze termijn zowel het belang van een zorgvuldige beslissing door verweerder als het belang van eiser om spoedig duidelijkheid te krijgen, recht doet. Tevens wordt hiermee de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn niet overschreden.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, indien verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens worden proceskosten van €453,50 aan eiser toegekend. De rechtbank stelt vast dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken een verzetschrift worden ingediend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 6 december 2025 een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.