ECLI:NL:RBDHA:2025:20629

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
NL25.52723
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring die op 9 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De rechtbank toetste of de maatregel vanaf 20 augustus 2025 rechtmatig was, het moment van sluiting van het onderzoek in het laatste beroep. Eiser voerde aan dat hij de procedure niet was gestart en dat verweerder de informatieplicht had geschonden door slechts één vertrekgesprek aan het dossier toe te voegen.

De rechtbank stelde vast dat het digitale dossier inmiddels compleet was met verslagen van vertrekgesprekken van 16 september en 22 oktober 2025, waarmee maandelijks met eiser een vertrekgesprek was gevoerd. Ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was gedurende de te beoordelen periode.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52723

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 9 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank van deze voortduring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 4 november 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 20 augustus 2025.
4. Eiser wijst er in zijn reactie op de voortgangsrapportage op dat hij de onderhavige procedure niet is gestart en dat er geen beroepsgronden zijn om aan te voeren. Wel stelt hij dat verweerder de informatieplicht heeft geschonden door slechts één vertrekgesprek aan het dossier toe te voegen.
5. De rechtbank stelt vast dat het digitale dossier inmiddels compleet is gemaakt met het verslag van de vertrekgesprekken van 16 september 2025 en 22 oktober 2025. Daarmee staat vast dat maandelijks met eiser een vertrekgesprek is gevoerd. Verder leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment in de te beoordelen periode onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15824.