Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Dit beroep volgt op een eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg van 18 oktober 2024, waarin de minister werd opgedragen binnen vier weken opnieuw te beslissen. De minister heeft deze termijn niet nageleefd.
De rechtbank Den Haag overweegt dat bij het niet tijdig beslissen een ingebrekestelling vereist is, waarna bij uitblijven van een besluit binnen twee weken beroep kan worden ingesteld. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, rekening houdend met het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiseres, vastgesteld op €453,50, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman op 3 februari 2025.