ECLI:NL:RBDHA:2025:20917
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening wegens eerdere toekenning
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 5 november 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om proceskostenvergoeding van verzoeker na intrekking van een voorlopige voorziening. Verzoeker had het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken nadat eerder een voorlopige voorziening met proceskostenvergoeding was toegekend in een andere procedure met een ander zaaknummer.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting geoordeeld dat het bestuursorgaan, de minister van Asiel en Migratie, niet opnieuw in de proceskosten kan worden veroordeeld omdat er al een eerdere toekenning van proceskostenvergoeding heeft plaatsgevonden. De intrekking van de huidige voorlopige voorziening maakt de procedure feitelijk 'leeg' en levert geen nieuwe tegemoetkoming op.
Ondanks verzoeken om nadere informatie en argumentatie van de gemachtigde van verzoeker, bleef een reactie uit. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat er sprake was van een andere situatie die een nieuwe proceskostenvergoeding zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om proceskostenvergoeding in deze zaak moet worden afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat reeds eerder een voorlopige voorziening met proceskostenvergoeding is toegekend.