Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 7 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen een redelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op eerdere jurisprudentie en het 8+8 wekenmodel, wordt een kortere beslistermijn passend geacht omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden. De minister krijgt daarom een termijn van vier weken om alsnog een besluit te nemen.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.