ECLI:NL:RBDHA:2025:21297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van € 453,50 en de vergoeding van het griffierecht van € 194. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt op 10 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen, onder oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.