ECLI:NL:RBDHA:2025:21320
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen ongegrondverklaring beroep op Dublin-overdracht niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming
Opposant had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wegens verantwoordelijkheid van Frankrijk onder het Dublin-verdrag. Dit beroep werd ongegrond verklaard zonder zitting, waarna opposant verzet instelde tegen deze beslissing en tevens een voorlopige voorziening vroeg om overdracht aan Frankrijk te voorkomen.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af en constateerde vervolgens dat opposant op 24 september 2025 met onbekende bestemming was vertrokken, zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde. Dit leidde tot de conclusie dat opposant geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn verzet.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk en deed uitspraak zonder zitting. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat opposant met onbekende bestemming is vertrokken.