ECLI:NL:RBDHA:2025:21362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie en stelt dat in gevallen van gezinshereniging bij asielvergunninghouders sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere beslistermijn rechtvaardigen. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 11 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.