Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Congolese staatsburger en voormalig hooggeplaatst jurist met nauwe banden met Franse autoriteiten, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat vanwege zijn bijzondere militaire en politieke connecties met Frankrijk, overdracht aan Frankrijk zou leiden tot een onevenredige hardheid en dat Frankrijk zijn asielaanvraag niet objectief zou beoordelen. Verweerder beriep zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat Frankrijk zijn verdragsverplichtingen zal nakomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de inhoudelijke behandeling aan zich te trekken. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat zijn situatie zodanig bijzonder is dat overdracht aan Frankrijk onaanvaardbaar is.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.