ECLI:NL:RBDHA:2025:21470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en oplegging terugkeerbesluit aan Nigeriaanse vreemdeling
Eiseres, een Nigeriaanse vreemdeling, verbleef op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in Nederland nadat zij uit Oekraïne was gevlucht. Verweerder beëindigde haar tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 en legde een terugkeerbesluit op. Eiseres stelde dat dit onterecht was en dat haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming conform de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het arrest Kaduna en Abkezrechtmatig was. De bevriezingsmaatregel gaf geen rechtmatig verblijf, maar slechts tijdelijke rechten. De rechtbank vond geen aanleiding voor een individuele toets aan het evenredigheidsbeginsel of een uitgebreid onderzoek naar persoonlijke omstandigheden.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het verbod op refoulement faalde, omdat eiseres geen onderbouwde vrees voor schending van haar rechten bij terugkeer had gesteld. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen hoorplicht had toegepast en het terugkeerbesluit op goede gronden was genomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit is bevestigd.