AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit van een Nigeriaanse vreemdeling
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van eiseres, een Nigeriaanse vrouw, tegen een terugkeerbesluit dat haar is opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiseres verbleef tijdelijk in Nederland op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, maar haar verblijfsrecht eindigde op 4 maart 2024. De rechtbank oordeelt dat de minister bevoegd was om het terugkeerbesluit op te leggen, omdat eiseres geen rechtmatig verblijf meer had. Eiseres betoogde dat de beëindiging van haar tijdelijke bescherming onterecht was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog en stelt vast dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming in overeenstemming is met eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank concludeert dat er geen ruimte is voor een individuele toets aan het evenredigheidsbeginsel, omdat het verblijfsrecht van rechtswege is geëindigd. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, en de rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.
Voetnoten
1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
3.Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038 (arrest Kaduna en Abkez) en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1829. 5.Van 19 oktober 2023.
6.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038 (arrest Kaduna en Abkez).
7.Verweerder heeft in afwachting op het arrest van het Hof van Justitie een bevriezingsmaatregel getroffen, waarmee personen van wie de tijdelijke bescherming was beëindigd langer gebruik mocht maken van de rechten die hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming hadden. Deze maatregel is beëindigd per 4 september 2025.
8.NL24.7356 (niet gepubliceerd).
9.Eiseres verwijst daarbij onder andere naar artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn en naar artikel 22 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
11.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038.
15.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892 (arrest K, L, M, N).
16.Zie het arrest K.A. van 8 mei 2018, ECLI:EU:C:2018:308 en het arrest X. van 22 november 2022, ECLI:EU:C:2022:913.
17.1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.