ECLI:NL:RBDHA:2025:21471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en oplegging terugkeerbesluit aan Nigeriaanse vreemdeling
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling die tijdelijk in Nederland verbleef op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, betwistte het terugkeerbesluit van 18 juli 2025 waarin zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd en hij werd verplicht Nederland te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was de tijdelijke bescherming te beëindigen, mede gebaseerd op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank volgt de stelling van eiser niet dat de beëindiging onrechtmatig zou zijn.
Verder is geen sprake van omstandigheden die terugkeer in strijd met artikel 3 EVRM Pro zouden maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan buiten zitting en partijen hebben toestemming gegeven voor deze procedure. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en de minister is veroordeeld in de proceskosten.