ECLI:NL:RBDHA:2025:21471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit voor vreemdeling uit Nigeria
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, tegen een terugkeerbesluit dat hem is opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser had tijdelijk verblijf in Nederland op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, maar zijn verblijfsrecht eindigde op 4 maart 2024. De rechtbank oordeelt dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming en het daaropvolgende terugkeerbesluit op goede gronden zijn genomen. Eiser had eerder beroep ingesteld tegen een besluit van 12 juli 2023, maar dit werd ingetrokken. De rechtbank stelt vast dat er geen rechtmatig verblijf was op het moment van het terugkeerbesluit op 18 juli 2025, en dat verweerder bevoegd was om dit besluit op te leggen. Eiser voerde aan dat de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming onterecht was, maar de rechtbank volgt hem hierin niet. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser.