ECLI:NL:RBDHA:2025:21560
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in civiele voorlopige getuigenverhoorprocedures niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende op 3 november 2025 een wrakingsverzoek in tegen de rechters die betrokken zijn bij drie civiele verzoekschriftprocedures tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Hij stelde meerdere gronden aan, waaronder vermeende onjuiste toepassing van vrijstellingscriteria en vermeend onrechtmatig gedrag van een griffier.
De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een rechter die de zaak inhoudelijk behandelt. In deze zaken was echter nog geen rechter aan de zaak toegewezen; de correspondentie verliep via de griffier en het griffierecht werd zonder rechterlijke instructie geheven. Verzoeker had ook niet de namen van de rechters genoemd.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen reden tot mondelinge behandeling van het verzoek. De procedure in de hoofdzaken wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat nog geen rechter aan de zaak was toegewezen.