ECLI:NL:RBDHA:2025:2159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit nareis asielvergunning met oplegging dwangsommen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft besloten, ondanks een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was verlengd tot uiterlijk 28 augustus 2023, maar dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. Gelet op de bijzondere aard van de zaak, wordt een langere termijn dan de standaard twee weken opgelegd voor het nemen van het besluit, namelijk acht weken, met een mogelijkheid tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eisers, inclusief vergoeding van het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.