Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 14 februari 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres krijgt hiermee haar gelijk en de minister wordt gedwongen binnen de gestelde termijn te beslissen, onder dreiging van een financiële sanctie.