Eisers, familieleden die gezamenlijk asiel hebben aangevraagd, hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen. De rechtbank neemt de samenhang tussen de zaken aan vanwege het gezamenlijke reis- en aanvraagproces.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestellingen correct zijn gedaan. De beroepen zijn daarom gegrond verklaard. De minister wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Vanwege bijzondere omstandigheden is de wettelijke uiterste termijn van 21 maanden overschreden, waardoor de rechtbank een dwangsom oplegt van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij niet-tijdig beslissen.
Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eisers, gebaseerd op de samenhang van de beroepen en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst tevens op de mogelijkheid van verzet tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier W. van Loon zonder zitting, en bevat een uitgebreide motivering over de wettelijke termijnen, de onrechtmatigheid van de beslistermijnverlenging en de toepassing van rechterlijke dwangsommen.