Op 29 maart 2024 heeft de verdachte te Leidschendam een voertuig bestuurd onder invloed van cannabis, waarbij het THC-gehalte in zijn bloed 10 microgram per liter bedroeg, hoger dan de wettelijke grenswaarde. De politierechter heeft de zaak behandeld op 28 oktober 2025 in Den Haag.
De verdediging voerde twee verweren aan: dat de brief met de uitslag van het bloedonderzoek en het recht op tegenonderzoek niet was ontvangen, en dat niet voldoende bloed was afgenomen. De rechtbank verwierp beide verweren op basis van het dossier, proces-verbalen en recente jurisprudentie. De brief was volgens het dossier naar het juiste adres gestuurd en ontvangstbewijs is niet vereist. Het bloedonderzoek voldeed aan de wettelijke eisen.
De politierechter achtte het bewezen dat de verdachte het voertuig bestuurde onder invloed van THC boven de toegestane grenswaarde. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, eerdere overtredingen van de verdachte en de richtlijnen van het LOVS. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €450, te vervangen door 9 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar.