ECLI:NL:RBDHA:2025:21877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek noodzakelijk is en schriftelijk wordt meegedeeld. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Het verzoek van eiser om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken, waardoor artikel 71b van de Vreemdelingenwet bepaalt dat geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is. De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser van €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen en een dwangsom wordt opgelegd bij overschrijding.