ECLI:NL:RBDHA:2025:21878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en gezinshereniging voor zijn familieleden. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvragen heeft bevestigd, maar verder geen inhoudelijke beslissing heeft genomen. Daarom legt de rechtbank op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn op van acht weken waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000 en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442. Ook worden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 18 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, onder dreiging van een dwangsom.